ZZP’er aangevallen tijdens werk: wie is aansprakelijk?

Blog
20 november 2025

Rechtbank Oost Brabant 17-09-2025 

De casus: een opdracht met verstrekkende gevolgen

Op 6 juni 2023 werd een zelfstandige schilder door een onderaannemer ingeschakeld om herstelwerkzaamheden uit te voeren aan een nieuwbouwwoning. Het betrof een groot project met nieuwbouwwoningen, waarbij de hoofdaannemer de onderaannemer in de arm nam, en de onderaannemer nam weer zelfstandige schilders aan voor de klus. Wat deze schilder niet wist, was dat de bewoners niet tevreden waren met het eerdere schilderwerk van andere schilders. De bewoners hadden wel bij de aannemer geklaagd. De ruzie was hoog opgelopen toen de niets vermoedende schilder arriveerde. Het conflict escaleerde in een fysieke aanval door de bewoonster. De schilder liep letsel en PTSS op. Kan de schilder zijn schade verhalen?

De schilder startte een deelgeschilprocedure op grond van artikel 1019w Rv. Hij vorderde een verklaring voor recht dat de hoofdaannemer, onderaannemer én de bewoonster allemaal aansprakelijk zijn voor zijn schade.

 

Werkgeversaansprakelijkheid ook voor zelfstandigen

De schilder had geen arbeidsovereenkomst met de hoofdaannemer of onderaannemer. Gelden dan toch de regels van werkgeversaansprakelijkheid?

De kantonrechter oordeelde dat artikel 7:658 lid 4 BW van toepassing is: Dit artikel bepaalt dat de bescherming die wordt geboden aan werknemers op basis van een arbeidsovereenkomst, óók geldt voor degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, maar zich in een vergelijkbare positie bevindt. Daarbij zijn onder meer van belang (1) de feitelijke verhouding tussen betrokkenen (de schilder werkte onder gezag van de aannemer), (2) de aard van de verrichte werkzaamheden (schilderwerkzaamheden horen bij de bouw) en (3) de mate waarin de “werkgever”  invloed heeft op de werkomstandigheden van de schilder die de werkzaamheden verrichtte en op de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s.

Voor een succesvol beroep op artikel 7:658 lid 4 BW is ook vereist dat (4) de werkzaamheden plaatsvonden “in de uitoefening van het beroep of bedrijf” van degene in wiens opdracht de arbeid is verricht. Hierbij moet het gaan om werkzaamheden die de derde in het kader van de uitoefening van zijn beroep of bedrijf ook door eigen werknemers had kunnen laten verrichten. Deze bepaling is niet beperkt tot werkzaamheden die tot de normale bedrijfsuitoefening van de opdrachtgever kunnen worden gerekend of normaal gesproken in het verlengde daarvan liggen (Hoge Raad 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616).

Dat was namelijk het eerste verweer van de hoofdaannemer, dat schilderwerk nooit door hen werd gedaan. Die vlieger ging dus niet op, omdat het schilderwerk tijdens het bouwproces moest worden gedaan, als de uitvoerder aanwezig was, en dit maakt onderdeel uit van gebruikelijke bouwwerkzaamheden van een nieuwbouwproject, en behoort dus wel tot de feitelijke bedrijfsuitoefening van de hoofdaannemer.

Zorgplicht ernstig geschonden

De rechter stelde vast dat de betrokken bedrijven hun zorgplicht ernstig hebben geschonden. De hoofdaannemer meende dat zij geen invloed had op wat derden (lees de bewoners) zouden doen. Welke maatregelen een werkgever moet treffen om te voldoen aan de op hem (op grond van artikel 7:658 BW) rustende zorgplicht, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij komt het, naast eventuele voorschriften uit geschreven recht, aan op een weging van de zogenaamde ‘kelderluik-factoren’. Dat zijn: (1) de aard van de werkzaamheden, (2) de kans dat een ongeval zich zal voordoen, (3) de ernst die de gevolgen van een ongeval kunnen hebben en (4) de mate van bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen. Bij het beantwoorden van de vraag of (en welke) maatregelen een werkgever moet nemen om werknemers te beschermen tegen geweld door derden, komt doorgaans veel gewicht toe aan de voorzienbaarheid van geweldsincidenten.

  • De aannemer wist van eerdere incidenten met de bewoners, waaronder verbale agressie.
  • De aannemer had afgesproken dat de schilder samen met de uitvoerder het adres zou betreden, maar dit gebeurde niet.
  • De schilder werd niet geïnformeerd over de spanningen of verwachtingen van de bewoners.
  • De enige maatregel was het laten ondertekenen van een huishoudelijk reglement door de bewoners. Dit was onvoldoende in deze situatie.

De rechter benadrukte dat de voorzienbaarheid van het risico zwaar woog. De bedrijven hadden kunnen en moeten voorzien dat de spanningen konden escaleren in geweld. De schilder had de kans moeten krijgen om zelf te beslissen of hij de klus wilde aannemen.

 

Causaal verband: had het voorkomen kunnen worden?

De hoofd- en onderaannemer voerden aan dat extra maatregelen niets zouden hebben veranderd, en dat ze daarom niet aansprakelijk zijn. De rechter volgde dit niet. De schilder verklaarde dat hij de klus niet had aangenomen als hij van de risico’s had geweten. En als hij het werk wél had gedaan, had hij de bewoners anders benaderd. De rechter achtte het aannemelijk dat de-escalatie mogelijk was geweest bij betere voorbereiding.

Omdat niet met zekerheid kan worden vastgesteld of het incident voorkomen had kunnen worden, maar dit ook niet kan worden uitgesloten, ligt het bewijsrisico bij de werkgevers. Zij hebben dat bewijs niet geleverd.

 

Aansprakelijkheid van de bewoonster

De rechter stelde ook vast dat de bewoonster, als pleger van het geweldsincident, persoonlijk aansprakelijk is op grond van artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad). Getuigenverklaringen van twee dakdekkers bevestigden dat zij de schilder had geduwd, geslagen en op zijn rug was gesprongen. De schade – zowel fysiek als psychisch – was voldoende onderbouwd met medische stukken.

 

Kosten van het deelgeschil

De rechter heeft ook de kosten van de deelgeschilprocedure begroot. Deze kosten worden vergoed door de aansprakelijke partijen, zodat het slachtoffer niet met juridische kosten blijft zitten.

 

Belangrijke lessen uit deze uitspraak

Deze zaak is een krachtig signaal aan (hoofd)aannemers:

  • Zorgplicht geldt ook voor ZZP’ers: Werkgeversaansprakelijkheid kan ook gelden voor zelfstandigen die feitelijk onder gezag van een (hoofd)aannemer werken.
  • Voorzienbaarheid van risico’s is cruciaal: Bekende risico’s moeten gedeeld worden met uitvoerende krachten.
  • Heldere communicatie maakt verschil: Onvolledige of gebrekkige communicatie kan leiden tot gevaarlijke situaties.

Deelgeschilprocedure biedt uitkomst: Deze procedure maakt het mogelijk om snel duidelijkheid te krijgen over aansprakelijkheid.

Conclusie

In dit geval waren de hoofdaannemer, onderaannemer, hun verzekeraars, en de bewoonster die de schilder aanviel, allemaal verantwoordelijk voor zijn schade. Als één van hen alle schade vergoedt, hoeft de rest dat niet meer te doen. Maar die ene verantwoordelijke kan dan wel op de anderen verhaal halen, zodat de schade door hen allemaal gedragen zal worden.

 

Heeft u vragen over dit onderwerp? Wilt u meer weten over uw specifieke situatie? Belt of mailt u mij dan gerust. Dat kan via tel.0172-427077 of via m.bolleurs@berntsenmulder.nl .

Gerelateerde blogs

Er zijn geen blogberichten gevonden voor dit bericht.